Spring naar inhoud

koor aan het woord 2013

 Casa di Verdi

Veel leuker dan het huis van Puccini in Lucca, waar weliswaar Madame Butterfly je buiten tegemoet schalt maar waar het binnen dringen is om tussen alle Duitsers en Nederlanders een glimp van een haarlok van de componist op te kunnen vangen, is het om het buitenhuis van Verdi te bezoeken.
Het buitenhuis van Verdi bevindt zich in de saaie Povlakte in het plaatsje Sant’Agata, in de provincie Piacenza op de grens met Parma. Verdi is daar in 1847 gaan wonen toen hij ongehuwd samenleefde met zijn minnares, de beroemde sopraan Giuseppa Strepponi, wat verboden was in zijn geboortestad Busseto in Parma. Het was voor de eenwording van Italië en de provincies hadden hun eigen wetten. Het landhuis ligt ongeveer 3 kilometer verwijderd van Busseto.
Het is even zoeken om het verscholen huis te vinden. Als je de weelderige heuvels en het rijke bouwland van Salsomaggiore achter je hebt gelaten kom je in een wat saaie armoedige streek. Het gammele bordje dat aangeeft dat je op de goede weg bent naar het landhuis is al tijden in geen velden of wegen meer te bekennen en op goed geluk rijden we na wat omzwervingen een plek tegemoet waar prachtige oude bomen staan. Op een smal weggetje ontwaar ik achter een boom een houten bordje met een pijl, Casa di Verdi.
We moeten de auto een flink eind verderop parkeren want op het nauwe weggetje is geen plaats. Wat onzeker lopen we terug, gaan het hek binnen richting een klein huisje. .. en jawel, ziedaar in een hokje zit een meisje, een Tunesische studente uit Milaan. Zij vertelt ons in gebroken Engels dat we het landgoed onder haar leiding kunnen bezoeken en dat de rondleiding ongeveer een uur duurt. Er zijn geen andere bezoekers en we kunnen meteen op pad. Als 2 scholieren lopen wij gedwee en wat lacherig achter haar aan, bang dat ze valt want tijdens haar vurige betoog loopt zij uit beleefdheid steeds achterstevoren. Het is een aardig meisje en gelukkig arriveren we snel bij de schitterende Italiaanse villa. Een deel ervan wordt nog bewoond door verre familieleden maar de vertrekken van Verdi, het koetshuis, de tuin en de kapel mogen we bezoeken. Verdi was naast componist ook grootgrondbezitter. Iedere dag vertrok hij bij de dageraad met zijn koets om zijn landerijen te inspecteren en kwam jaren niet componeren toe. Als architect, heeft hij zelf een vleugel van het landhuis ontworpen en hij was daarnaast een groot kenner van plant- en boomsoorten. De enorme tuin met vele exotische bomen en planten waren geheel en al zijn creatie. Er spreekt een groot gevoel voor harmonie uit en het kan bijna niet anders dat iedereen onder de indruk is van de veelzijdigheid aan prachtige planten en bomen. De kamers van Verdi en zijn vrouw (in 1859 is hij na 12 jaar samenwonen met haar getrouwd) bevinden zich op de benedenverdieping. Als eerste bezoek je de wat sombere maar heel persoonlijke vertrekken van Giuseppa, een boekenplank, een paar antieke poppen, donkergroene zware meubels en een portret van haarzelf aan de muur, een mooie vrouw. Via een tussendeur komen we in de slaapkamer van Verdi. De sfeer is hier heel anders, een lichte grote kamer, met openslaande deuren naar het terras. In de kamer staat zijn piano en zijn bed. Vanaf zijn bed is het 2 stappen naar zijn bureau. Verder veel schilderijen, portretten van hemzelf en een vriend, maar ook van zijn hondje en in de kast staat een opgezette papegaai. Onze gids vertelt dat hij zoveel van dit beestje hield dat hij hem na zijn dood heeft laten opzetten. Hij was een groot dierenvriend vertelt ze, zijn geliefde hondje heeft hij in de tuin begraven. We komen in een vertrek dat afgesloten kan worden met een dikke kluisdeur. Hier had Verdi zijn composities en financiële overeenkomsten opgeborgen. Ook trok hij zich er hij er wel eens terug als hij geen last wilde hebben van lawaai tijdens het componeren. Alle boekwerken staan opgeborgen achter glas. De studente leidt ons naar het laatste vertrek. Hier staat het bed en ligt het nachthemd waarin Verdi in 1901 op achtentachtig jarige leeftijd is gestorven in een hotel tegenover de Scala van Milaan. Ook het dodenmasker ligt daar. Onze gids vertelt met zoveel inleving dat we bijna tot tranen geroerd zijn, het leek of hij zojuist overleden was. Ze weidt nog verder uit over de scala van Milaan, de stad die hem afgewezen had voor het conservatorium maar waar hij later zijn grote triomfen zou vieren. Over de tienduizenden mensen die tijdens zijn begrafenis het slavenkoor uit Nabucco zongen. Over zijn financiële perikelen en de dood van zijn beide kinderen bij zijn eerste vrouw. Over zijn roem alom en het verlies van Giuseppina, zijn muze, in 1897. Hij kwam nadien nauwelijks nog op het landgoed. Het uur van de rondleiding was inmiddels al lang verstreken. De gids verontschuldigt zich; als ze eenmaal van wal steekt, kan ze niet meer ophouden, bekent ze ons. Beschroomd vroeg ze of we ook de tuin nog wilden zien. Dat wilden wij en weer achterstevoren voor ons uitlopend bracht zij ons op de hoogte van alle boomsoorten en geïmporteerde planten, de aanleg van de vijver. Ze voerde ons mee de ijskelder in, ging op het bruggetje staan en vertelde dat Verdi hier in de tuin inspiratie opdeed voor Aida en alle muziek van nadien. Als we eindelijk meer dan 2 uur verder bij de uitgang van het landgoed belanden, zijn we een nog groter bewonderaar van Verdi en hebben we er een vriendin bij. Wij gaven haar een verdiende fooi en reden zingend in de avondzon door de heuvels terug naar Salsomaggiore.
Lisette, oktober 2013